Treurbeuk bij de kerk gewond

Deze foto werd gemaakt in februari 2026 door Jan Prins, toen de zware tak (links) er nog aan zat.

Op 21 mei, tijdens een storm, is er een dikke tak afgebroken van de treurbeuk naast de kerk. De wond (links op de foto hangt hij er nog) is vanaf de weg goed zichtbaar en laat het geweld zien waarmee de tak afgescheurd is. De treurbeuk van zo’n 140 jaar oud is eigendom van de NH kerk en staat op de landelijke lijst van monumentale bomen.

Het Kerkbeheer heeft een erkend boomdeskundige, een European Tree Technician, gevraagd een adviesrapport op te stellen, met als doel de veiligheid en vitaliteit van de treurbeuk te beoordelen. In dit rapport staat dat de boom verder gezond is, laat Cor Vermeer, van het Kerkbeheer weten.
Maar de wond moet behandeld worden en er moeten een aantal takken verwijderd worden om de dragende takken lichter te maken. De boomchirurg mag dat pas doen als de ooievaars uitgevlogen zijn.

Onze Randwijkse monumentale boom zal dus ook deze schade overleven. ‘En’, verzucht Cor, ‘gelukkig stonden er geen mensen of auto’s onder toen die zware tak viel. Je moet er niet aan denken wat er dan had kunnen gebeuren.’

Bijzondere beuken

Bomen van Randwijk 5

In Randwijk staat een aantal bomen van meer dan 100 jaar oud. Ze overleefden de verwoestingen tijdens WOII en de acht decennia daarna. Dit keer het verhaal van een varenbeuk en een treurbeuk. De boerderijen, waarbij ze eind 19e eeuw werden geplant, werden tijdens WOII zodanig beschadigd dat ze afgebroken moesten worden. Maar de bomen overleefden de oorlog wél.

Varenbeuk

Aan de Kerkstraat, vlak bij de kerk, stond vanaf 1850 pachtboerderij ‘Kerkenhof’. Rond 1890 werd op het erf een varenbeuk geplant, die er nog steeds majesteitelijk staat, nu in de tuin van Kerkstraat 3. Hij is ook goed te zien vanaf het terrein van de kerk.

 

Rijkske Goedvriend herinnert zich de vele verhalen van haar moeder Truus en opa en oma Doeze Jager, die op de boerderij Kerkenhof woonden en in 1944 geëvacueerd werden. Toen de familie terugkwam vonden ze de boerderij in puin, kapot geschoten en niet meer te herstellen. Er kwam een noodwoning op het erf van Van Heteren, waarin opa en oma tijdelijk hun intrek namen. Later bouwden ze de boerderij aan Bredeweg 65, waar nu kleinzoon Rijk Doeze Jager en zijn vrouw Hendrie wonen. Rijk, neef van Rijkske, vertelt: ‘Opa had een kersenbongerd aan de Bredeweg, en daar is in 1952 een wederopbouwboerderij gebouwd, eigendom van opa. Het was een gemengde boerderij zoals zovele toen in Randwijk, met 8 koeien, 2 paarden en 15 varkens, wat landbouwgewassen en een paar fruitbongerdjes’.

De varenbeuk overleefde de beschietingen tijdens de oorlog wonderwel en is een bijzondere herinnering aan de boerderij die er ooit stond. En in de keuken van Rijk en Hendrie Doeze Jager aan de Bredeweg hangt nòg een herinnering: een schilderij van de boerderij, geschilderd door Ben van Londen.

 

Treurbeuk langs de dijk

Links van de Randwijkse Rijndijk, net voordat je richting pont gaat, zie je hem: een treurbeuk. Zo vanaf de dijk lijkt hij misschien niet zo imposant, en hij werd tot een paar jaar geleden wat overvleugeld door de treurwilg die er helaas niet meer is. Maar vanaf het maaiveld gezien is de beuk een kanjer. Hij stond vanaf eind 19e eeuw bij een boerderij aan Knoppersweg 1, waar nu de boerderij van familie Augustinus-Timmer staat. Riet en Formijn zijn trots op de boom, en laten hem zijn gang gaan. De takken raken de grond.

De vroegere boerderij was imposant. Riet kreeg een aantal jaar geleden een foto van de boerderij, opgestuurd door de zoon van de eigenaar. ‘Rhijnouw’ staat achterop de foto, de vermoedelijke naam. In september 1944 werd de boerderij verwoest toen Randwijk in de frontlinie lag. De treurbeuk overleefde het geweld. De toenmalige eigenaar, J. de Leeuw, liet de huidige boerderij, een wederopbouwboerderij, in 1952 bouwen. In 1972 ging de boerderij over naar de familie Timmer. Tussen 1950 en 1955 werden in Randwijk 25 en in Indoornik acht ‘wederopbouwboerderijen’ gebouwd.

Over de serie Randwijkse Bomen:

Op verzoek van de Randwijker schrijft Noor Bas uit de Erfstraat, biologe, een serie artikelen over ons dorp, gezien vanuit de bijzondere bomen die in Randwijk staan. Lees de hele serie  www.randwijker.nl/bomen

Voor de uitslag van de prijsvraag ‘Waar staan de zeven Koningslinden van Randwijk’ kun je even kijken onderaan het verhaal over de Koningslinden.

3 De Treurbeuk bij de kerk (en het graf van J. Ledeboer)

Bomen van Randwijk, deel 3
Een gesnoeide versie van dit bomenverhaal is gepubliceerd in de papieren Randwijker van december ’25-februari ’26

 

 

De oudste bomen in Randwijk zijn de treurbeuk bij de kerk en de varenbeuk achter het huis op Kerkstraat 3. Ze zijn vermoedelijk geplant in 1880 – 1890 en opgenomen in de monumentale bomenlijst van de gemeente Overbetuwe. Beiden zijn selecties van de gewone beuk, ontstaan in de 19e eeuw. Deze selecties werden daarna door stekken vermeerderd. Herman Mauritz van Mabo Boomkwekerijen: ‘Deze cultivars waren erg duur, dus werden de bomen met een duidelijke reden geplant’. Zo komen treurbeuken vaak voor op begraafplaatsen en in parken.

De treurbeuk bij de kerk

De oude treurbeuk bij de kerk is in goede conditie, zo is te lezen op de website
https://www.monumentalebomen.nl/. De boom wordt om de paar jaar geïnspecteerd door de Bomenstichting omdat hij gezien wordt als een nationaal belangrijke boom en is opgenomen in het landelijk register van monumentale bomen. De inspecteur schreef in 2016: ‘indrukwekkend exemplaar, met kroondoorsnede van 26 m!’. De boom was toen 15 m. hoog, de stam had een omtrek van 418 cm. En we zijn inmiddels alweer tien jaar verder!

Geschonden dorp, geschonden boom

De beuk is zeker indrukwekkend. Een bijzondere combinatie van treurigheid, bescherming en sierlijkheid. Hij staat, zijn takken gespreid over de grafsteen van J. Ledeboer uit 1880, schijnbaar onaangedaan door de heftige gebeurtenissen die Randwijk in de 20ste eeuw heeft ondergaan.
De kerk brandde begin 20ste eeuw uit en in oktober 1944 werd de toren opgeblazen, waarschijnlijk door een Engelse jachtbommenwerper, waardoor een groot deel van de kerk werd verwoest. Foto’s uit die tijd, beheerd door Historische Kring Midden-Betuwe en uit het archief van de Hervormde gemeente van Randwijk laten zien dat ook de treurbeuk gehavend was, en dat de top eruit lijkt te zijn.

Beluchtingspijp in de stam gegroeid

Jan Jansen uit de Achterstraat is jarenlang betrokken bij het kerkbeheer en is tien jaar penningmeester van het College van kerkrentmeesters geweest. Hij vertelt dat rond 1960, toen de kerk overging naar verwarming door olie i.p.v. kolen, redelijk dichtbij de boom de olietank werd ingegraven. De boom groeide door en de beluchtingspijp voor de tank is inmiddels in de stam gegroeid. Daar, aan de stamvoet, groeien sinds een paar jaar inktzwammen.
Het kerkbeheer onderhoudt de boom: vorig jaar zijn er dode takken uit gehaald en af en toe moet gesnoeid worden. De Bomenstichting zorgt ervoor dat er regelmatig inspecteurs komen kijken naar de conditie van de monumentale boom. Die is ook in 2021 als goed beoordeeld. Mocht er groot onderhoud nodig zijn, kan er subsidie aangevraagd worden bij het Bomenfonds omdat hij in het landelijk register is opgenomen.

Brokken grafsteen en schedels

Jan Jansen vertelt: ‘In 1890 werd het kerkhof aan de Bredeweg in gebruik genomen, maar tot WOII waren er nog veel graven van voor 1890 rond de kerk. Niet alleen de kerk, maar ook het kerkhof raakte enorm beschadigd in 1944. De meeste grafstenen waren kapot en de graven waren verwoest. Brokken grafsteen zijn bij het herstel gebruikt voor de verharding van het terrein om de kerk. De menselijke resten werden waarschijnlijk in één of meer kratergaten begraven. Jaren later kwamen ze af en toe, bij het maaien bijvoorbeeld, nog bloot. In de 80-er jaren was de PTT (nu KPN) bijvoorbeeld aan het graven bij de ingang aan de Dijkstraat voor de aanleg van een telefoonlijn. Tot hun verbazing kwamen ze daar schedels tegen.

Grafsteen van J. Ledeboer

De grafsteen van J. Ledeboer, geboren op 9 juli 1827 in Rotterdam en overleden in Randwijk op 23 oktober 1880, was echter heel gebleven. Deze grafsteen is bij het herstel van de kerk verplaatst en kwam onder de treurbeuk, met een sierhek erom heen. Zijn graf zelf is verdwenen.

Maar wie was J. Ledeboer? In o.a. www.genealogieonline.nl  is op te maken dat Jacob Ledeboer ongehuwd was en uit een welgestelde familie kwam. Zijn opa Bernardus Ledeboer was koopman in wollen, katoenen, linnen en zijden manufacturen. Zijn oom Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer was een dominee die zich in 1841 afscheidde van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Het zwarte schaap

Uit www.openarchieven.nl is op te maken dat Jacob van 1876 – 1878 geen stabiel leven had. Hij was zonder beroep en korte tijd ingeschreven in Boxtel en in Laren (bij Lochem). In die jaren werd hij ook vier keer ingeschreven in het huis van bewaring in Goes, op grond van ‘Verkwisting’ (Zeeuwsarchief.nl). Hij werd elke keer vrij snel ontslagen, en er is sprake van een curator. Het lijkt erop dat hij het zwarte schaap van de familie was. Wanneer en waarom hij naar Randwijk kwam is na veel gezoek onduidelijk gebleven. Maar dat hij een grafsteen kreeg, en dus een 1e klas graf, lijkt erop te duiden dat zijn familie in contact bleef. Zij hebben vermoedelijk betaald voor de grafsteen die na WOII die mooie plek onder een bijzondere treurbeuk heeft gekregen.

foto’s: Jan Prins en archief Hervormde Kerk

Op verzoek van de Randwijker schrijft Noor Bas, biologe, een serie artikelen over ons dorp, gezien vanuit de bijzondere bomen die hier staan. Lees het ongesnoeide verhaal over de treurbeuk en het tragische leven van J. Ledeboer op www.randwijker.nl/bomen

2- De 110 jaar oude Zomereik aan de Erfstraat

De Randwijkse Noor Bas uit de Erfstraat is van oorsprong biologe. Zij schrijft op verzoek van de Randwijker een serie korte artikelen over ons dorp, gezien vanuit de bijzondere bomen die hier staan.
Je vindt steeds een ongesnoeide versie van het verhaal online via www.randwijker.nl/bomen

In de tuin van Mieke van Dijk, Erfstraat 27, staat een oude zomereik. De eik staat in de gemeentelijke lijst van bijzondere bomen. Vanaf de dijk kan je hem goed over het dak links zien uittorenen. Mieke vertelt het volgende over deze boom.

Begin vorige eeuw woonde de familie Grimm in het huis. Mieke’s schoonmoeder, Gerritje Grimm, had een broer: Bertus. Bertus heeft in 1915, hij was ongeveer tien jaar oud, de zomereik geplant bij het huis. De reden is niet bekend maar het was in die tijd zeker bijzonder. Er waren toen erg weinig ‘sier’ bomen bij huizen te vinden. Grond werd gebruikt voor tabaks- en fruitteelt, schapen en groenten. Vandaar misschien dat de boom wel erg dicht bij het huis is geplant. Mieke en Joop van Dijk (†2022) hebben er veel plezier van gehad, en nu, 110 jaar later, nog steeds. De zomereik is als een parasol, het huis blijft hierdoor heerlijk koel. De viezigheid door vogels neemt Mieke op de koop toe.

De kleine Bertus, die de boom plantte, heeft de zomereik maar een paar jaar kunnen zien groeien. Hij is in 1918 gestorven aan de Spaanse griep.

Joop van Dijk hield van bomen. Hij plantte niet alleen veel bomen in zijn tuin (Mieke: soms te dicht op elkaar), hij nam ook alle kans waar om aanplant van bomen te promoten. En, in navolging van zijn jonggestorven oom, plantte Joop zo’n 50 jaar geleden een eikel van de oude zomereik verderop in zijn tuin. Inmiddels is deze ook uitgegroeid tot een imposante boom.

Leilinden aan de Achterstraat

De Randwijkse Noor Bas uit de Erfstraat is van oorsprong biologe. Zij schrijft op verzoek van de Randwijker een serie korte artikelen over ons dorp, gezien vanuit de bijzondere bomen die hier staan.
Je vindt steeds een ongesnoeide versie van het verhaal online via www.randwijker.nl/bomen

Afgelopen jaar zijn er in Randwijk en Indoornik 85 bomen geplant bij particulieren en op gemeentegrond. Voor vergroening, verkoeling, biodiversiteit. Maar ook voor volgende generaties. Wie weet worden ze in de toekomst herkenningspunten, onderdelen van verhalen.

Bomen van stand

In Randwijk en Indoornik staan 24 bomen die zijn opgenomen in het gemeentelijk register monumentale en waardevolle bomen. Dat betekent dat deze bomen belangrijk en beeldbepalend zijn en niet zomaar gekapt mogen worden.

Vijf bomen zijn ouder dan 100 jaar: een zomereik aan de Erfstraat, een treurbeuk en varenbeuk aan de Kerkstraat in Randwijk, een zomerlinde en gewone beuk aan het Campmanplein in Indoornik.  De treurbeuk bij de kerk, met een indrukwekkende kroondoorsnede van 26 meter, is opgenomen in het landelijk register van monumentale bomen.
In het gemeentelijk register staan vijf bomen die geplant zijn in 1940. Een taxus aan de Dijkstraat, een gewone linde op de begraafplaats, 2 platanen aan de Bredeweg en een zomereik aan de Knoppersweg. Ook deze vijf bomen hebben de oorlog en de vele decennia daarna overleefd.

150 jaar oude bomen

Als je het paadje tussen Kerkstraat 13 en 15 fietst of loopt, zie je links, als je bijna bij de Achterstraat bent, een hoge naaldboom. Een grove den, uniek in de Betuwe. En daarna, vlak voor de boerderij, traditioneel, 4 oude leilindes.

Ze staan in de tuin van Ruud Schotman. Hij kocht de boerderij in 1971 van Nico Timmer en Jo Gerritsen. Het bedrijf was gesaneerd en mocht verkocht worden. De boerderij dateert van voor 1800 en is, inclusief de leilindes, sinds de 80er jaren een gemeentelijk monument onder de naam ’t Prinsenhof.

Leilinde met een schotwond

De vier leilindes zijn oud, wellicht ouder dan 150 jaar. Geplant en jarenlang gesnoeid voor verkoeling in de zomer met toch genoeg licht in de winter. Verder was het perceel kaal toen Ruud het kocht, er was vrij uitzicht tot ver na de Kerkstraat.

Twee van de vier leilindes laten flinke sporen zien van de gevechten in WOII. Engelse soldaten zaten verschanst in de boerderij, Duitse soldaten bevonden zich een paar honderd meter ervandaan. 45 jaar geleden, bij een bezoek van Engelse veteranen van operatie Market Garden aan de Achterstraat vroeg een veteraan of hij vanuit het huis mocht kijken. En riep toen uit, wijzend richting de Kerkstraat: ‘Yes, that’s where the Germans were!’

Eén linde heeft tijdens de oorlog een schotwond opgelopen, er zit een groot gat in de stam. Een andere linde is door de Engelsen op 50 cm hoogte gekapt om goed schootsveld te hebben op de vijand, voor de mitrailleurs vanuit de opkamer. Dit gat zit in de rechterboom op de 1e foto.

80 jaar later staan ze beiden met de andere twee lindes fier voor het pand. Ruud merkt op: een lindeboom laat niet met zich sollen. De eerste jaren heeft Ruud de linden verwaarloosd waardoor zijn vader, die net met pensioen was, de kruin met polsdikke takken ging snoeien.
4 meter hoog op een ladder met een handzaag werd hij door zo’n tak naar beneden gegooid. Pols en arm gebroken. Maar ongetwijfeld hebben daarna Ruud’s goed beheer en zorgvuldig snoeiwerk geholpen de bomen mooi te houden.

Grove den zonder zandgrond

En de grove den? Ruud wilde in 1971 de toen lege tuin beplanten met bijzondere bomen en toenmalig buurman Jaap v. Schaik kon wel aan een jonge grove den komen. De grove den is een inheemse naaldboom, die vooral op armere zandgronden te vinden is. Ruud plantte hem aan het eind van de tuin. Wat later begroef hij, na de geboorte van zijn oudste dochter, de placenta bij de boom, een oud gebruik. De jonge den aardde goed in de Betuwse klei en is in ruim 50 jaar uitgegroeid tot een markante boom.