Paula van Lingen: “Sinds september 2015 woon ik in de Achterstraat en ben ik om het met Bruce Springsteen te zeggen: working on a dream. Die droom is: een eetbaar paradijs voor mens en dier. Verder ben ik bijna altijd gelukkig buiten.”

In ‘De Achtertuin’ van de Randwijker vertelt enthousiast tuinierster Paula van Lingen wat zij zoal tegenkomt in haar Randwijkse tuin, hoe ze het daar kreeg of ontdekte, wat ze er voor lekkers mee maakt en hoe dat hele proces haar gezond houdt. Heerlijk om te lezen voor iedereen die ook groenere vingers wil krijgen.
Met een vrolijk kleirandje onder de nagels.

1- Zorgen om wormen

Als klein meisje zat ik al graag op mijn knietjes in de modder te wroeten. Ik vermoed dat er nog genoeg wormen in de bodem krioelden, want regelmatig kwam mijn moeder aanrennen om nog net te zien dat ik een worm naar binnen slobberde als een spaghettisliertje. Ook herinner ik me dat de wormenkoning op bezoek kwam bij mijn oma en opa. Dat was in mijn ogen een magisch figuur. Later heb ik begrepen dat hij wormen ving in de uiterwaarden voor het huis van oma en opa. Hij ving wormen om te verkopen aan de vissers. Er moet een overvloed zijn geweest aan wormen want de koning had er een goede boterham aan. In de jaren daarna heb ik me niet meer beziggehouden met de worm. Ik heb me sowieso weinig beziggehouden met de diertjes in de bodem. Ik verdiepte me in de plantenwereld. Ik wist wel dat wormen goed zijn voor de grond, maar dat wormen een van de belangrijkste levensvormen op aarde zijn heb ik me nooit gerealiseerd. Tot vijf jaar geleden.

Vijf jaar geleden kocht ik een tuin in Randwijk met een huisje erbij. Ik had grootste plannen met de tuin. Niet geremd door enige kennis van de bodem ging ik zo snel mogelijk aan de slag met planten. Er moesten bomen komen, liefst een hele hoogstamboomgaard, vogelhagen, geneeskrachtige kruiden, wilde planten en een groentetuin. En natuurlijk moest deze achtertuin een hele mooie tuin worden, aangenaam om te verblijven voor mens en dier.

Klei

Na 22 jaar geworstel op klapzand, was ik zo blij weer te tuinieren op klei. Voor de hoogstamfruit bomen moesten grote gaten gegraven worden. Achteraf realiseer ik mij dat er toen totaal geen bodemleven te zien was. Pas toen de bomen niet groeiden begon ik me af te vragen wat er mis was en besloot me te gaan verdiepen in de bodem. Na een aantal rondleidingen, permacultuur weekenden en boeken lezen kwam ik tot de conclusie dat ik mijn bomen in de woestijn had geplant. Ook kleigrond kun je blijkbaar zo mishandelen en uitputten dat er geen organische stoffen meer in de bodem zitten en dus ook geen bodemleven. Mijn tuin was een maisveld geweest, de meest mishandelde en uitgeputte, dode grond die er is.

Wat doen wormen?

Waarom zijn wormen zo belangrijk? De belangrijkste rol van de worm is de grond vruchtbaar maken en van zuurstof voorzien. Ze eten compost, afgevallen blad, kleine dode dieren en schimmels. Ze vermalen het voedsel tot een soort fijne pasta, die ze uiteindelijk uitscheiden. Bij sommige wormen vormt die pasta een hoopje op de grond. Verse wormenuitwerpselen zijn zeer rijk aan stikstof, fosfaat en kalium. Elke worm kan per jaar 4,5 kg van die rijke uitwerpselen produceren. Ze doen uitstekend werk door de bodem te voorzien van zuurstof, waardoor er zuurstof bij de plantenwortels kan komen. Daarmee voorkomen ze dat de bodem verdicht en kan bij zware regenval het water beter in de bodem doordringen. Verder zijn wormen een belangrijke voedselbron voor onder andere vogels en egels.

Meer wormen

Om mijn fruitbomen te kunnen laten groeien had ik dus dringend behoefte aan regenwormenpoep. Maar hoe kon ik die ijverige wriemelaars lokken? De situatie in de verschraalde Randwijkse bodem van mijn tuin was ernstig. Ze vonden er niks aan daar. Ik moest ze wat te knabbelen geven, dat was duidelijk.  Anders naar onkruid kijken was voor mij de volgende stap.

De meeste onkruiden groeien op plaatsen waar ze een taak hebben. Ze zorgen voor de ontbrekende stoffen in de bodem en onkruid met lange wortels maakt de bodem los. En daar houden wormen van.  Ik moest dus zo snel mogelijk leren om onkruid een aanvaardbare plaats in te laten nemen in de tuin. Ik moest af en toe op mijn handen zitten. Wachten. En kijken. Dat hielp.
Inmiddels gooi ik alles wat ik afknip direct weer op de grond.  De afgeknipte stengels in het voorjaar knip ik fijn en verspreid ze op de bodem. Ik hark het blad van de graspaadjes en gooi het in de borders. De boomspiegels krijgen een kraag van gesnipperd hout. In de groentetuin gebruik ik bemeste compost om de bodem te voeden. En verder heb ik voor mijn tuin iets nodig wat ik nergens kan kopen: geduld.

De bodem nu

In januari, net voor de sneeuw en vorst, heb ik een aantal struiken geplant. Leuk, maar het echte feest was toen ik bij het graven wormen ontdekte. Soms wel vijf per schep! Mijn wormenverleidingsplan zet eindelijk zoden aan de dijk. Ook de rest van de tuin begint te profiteren van de verbeterde bodem. De fruitbomen groeien, de groentetuin geeft elk jaar meer opbrengst en minder ziektes.
De vergevingsgezindheid van de natuur ontroert me telkens weer. Het maakt echt verschil wat ik in mijn tuin doe. Als ik als kind had geweten dat de worm een bedreigde diersoort zou worden had ik vast geen wormen gegeten. Ik ben blij dat ik iets heb kunnen doen om het leven van wormen mooier en fijner te maken. Met als doel dat ze in mijn tuin poepen zodat de grond beter wordt en de bomen en planten beter groeien.

We zijn benieuwd bij de Randwijker: hoeveel wormen tel jij in je eigen tuin op een schep aarde? Tel en laat het ons even weten.