The Island 1944-1945 in Randwijk

De weiden tussen de Achterstraat en de dijk zijn veranderd in een militair kampement.
Zowel geallieerde als Duitse militairen hebben er hun tenten opgezet. Dit is The Island ’44-’45.
Het grote evenement waarmee we ons herinneren hoe er gevochten is in de Betuwe.
Met re-enactment, nagebouwde legertenten met bijzondere functies, demonstraties van oude wapens, rijdend materieel en de verkoop van militaria kun je iets voor je zien van hoe het geweest moet zijn: het front dat steeds verschoof over het stukje land tussen de twee rivieren, Rijn en Waal, dat The Island werd genoemd.
Lees alle informatie op de site van de organisatoren: The Island 44-45.

‘En  als je weer opgelapt was werd je alsnog neergeknald’

In de ziekenboegen aan beide kanten van de strijd werd ook ‘de vijand’ verzorgd. Zo kon je als Britse militair terechtkomen in een Duits veldhospitaaltje. Daar kreeg je net zulke zorg als de Duitse militairen. ‘En dat snap ik dus totaal niet,’ zegt een jongeman hoofdschuddend. ‘Dan lapten ze je weer op in dat ziekenhuisje. En als je er weer uit mocht, dan kon je alsnog worden neergeknald. Door de mensen die je eerder verzorgd had. Als je geen patient meer was, dan was je weer de vijand. Ik zal oorlog nooit begrijpen. Het lijkt wel een spelletje met hele rare regels.’

Koningin Wilhelmina

Bekijk hier nog een paar foto’s van The Island, waar op zaterdag 3 oktober hoog bezoek rondliep: Hare Majesteit Koningin Wilhelmina met haar hofhouding kwam langs. Nou ja, misschien niet helemaal dezelfde als tijdens de Tweede Wereldoorlog onmiddellijk naar Engeland vluchtte, maar wel een dame die er sprekend op leek. Met een grootmeesteres als hofdame, die ook haar woordvoerder was.
‘Hare majesteit maakte het destijds iedereen om haar heen reuze moeilijk met haar sjaggerijnige buien. Dat kwam doordat ze amfetamine gebruikte. Daar krijg je stemmingswisselingen van,’ onthult de grootmeesteres, die in het dagelijks leven makelaar is. Hare Majesteit zelf is de buitengewoon vriendelijke gepensioneerde directrice van een modevakschool.
Alle ‘verklede’ mensen op het terrein hebben zich uitgebreid verdiept in de persoon die ze naspelen: militairen met een bijzondere rang, gewone soldaten van beide partijen, maar ook burgers lopen er rond in authentieke kleding uit de oorlogstijd. Al is die soms nagemaakt met moderne materialen. Als je The Island nog gaat bezoeken, schiet dan vooral wat mensen aan om ze te vragen naar de achtergrond van hun outfit.

Leilinden aan de Achterstraat

De Randwijkse Noor Bas uit de Erfstraat is van oorsprong biologe. Zij schrijft op verzoek van de Randwijker een serie korte artikelen over ons dorp, gezien vanuit de bijzondere bomen die hier staan.
Je vindt steeds een ongesnoeide versie van het verhaal online via www.randwijker.nl/bomen

Afgelopen jaar zijn er in Randwijk en Indoornik 85 bomen geplant bij particulieren en op gemeentegrond. Voor vergroening, verkoeling, biodiversiteit. Maar ook voor volgende generaties. Wie weet worden ze in de toekomst herkenningspunten, onderdelen van verhalen.

Bomen van stand

In Randwijk en Indoornik staan 24 bomen die zijn opgenomen in het gemeentelijk register monumentale en waardevolle bomen. Dat betekent dat deze bomen belangrijk en beeldbepalend zijn en niet zomaar gekapt mogen worden.

Vijf bomen zijn ouder dan 100 jaar: een zomereik aan de Erfstraat, een treurbeuk en varenbeuk aan de Kerkstraat in Randwijk, een zomerlinde en gewone beuk aan het Campmanplein in Indoornik.  De treurbeuk bij de kerk, met een indrukwekkende kroondoorsnede van 26 meter, is opgenomen in het landelijk register van monumentale bomen.
In het gemeentelijk register staan vijf bomen die geplant zijn in 1940. Een taxus aan de Dijkstraat, een gewone linde op de begraafplaats, 2 platanen aan de Bredeweg en een zomereik aan de Knoppersweg. Ook deze vijf bomen hebben de oorlog en de vele decennia daarna overleefd.

150 jaar oude bomen

Als je het paadje tussen Kerkstraat 13 en 15 fietst of loopt, zie je links, als je bijna bij de Achterstraat bent, een hoge naaldboom. Een grove den, uniek in de Betuwe. En daarna, vlak voor de boerderij, traditioneel, 4 oude leilindes.

Ze staan in de tuin van Ruud Schotman. Hij kocht de boerderij in 1971 van Nico Timmer en Jo Gerritsen. Het bedrijf was gesaneerd en mocht verkocht worden. De boerderij dateert van voor 1800 en is, inclusief de leilindes, sinds de 80er jaren een gemeentelijk monument onder de naam ’t Prinsenhof.

Leilinde met een schotwond

De vier leilindes zijn oud, wellicht ouder dan 150 jaar. Geplant en jarenlang gesnoeid voor verkoeling in de zomer met toch genoeg licht in de winter. Verder was het perceel kaal toen Ruud het kocht, er was vrij uitzicht tot ver na de Kerkstraat.

Twee van de vier leilindes laten flinke sporen zien van de gevechten in WOII. Engelse soldaten zaten verschanst in de boerderij, Duitse soldaten bevonden zich een paar honderd meter ervandaan. 45 jaar geleden, bij een bezoek van Engelse veteranen van operatie Market Garden aan de Achterstraat vroeg een veteraan of hij vanuit het huis mocht kijken. En riep toen uit, wijzend richting de Kerkstraat: ‘Yes, that’s where the Germans were!’

Eén linde heeft tijdens de oorlog een schotwond opgelopen, er zit een groot gat in de stam. Een andere linde is door de Engelsen op 50 cm hoogte gekapt om goed schootsveld te hebben op de vijand, voor de mitrailleurs vanuit de opkamer. Dit gat zit in de rechterboom op de 1e foto.

80 jaar later staan ze beiden met de andere twee lindes fier voor het pand. Ruud merkt op: een lindeboom laat niet met zich sollen. De eerste jaren heeft Ruud de linden verwaarloosd waardoor zijn vader, die net met pensioen was, de kruin met polsdikke takken ging snoeien.
4 meter hoog op een ladder met een handzaag werd hij door zo’n tak naar beneden gegooid. Pols en arm gebroken. Maar ongetwijfeld hebben daarna Ruud’s goed beheer en zorgvuldig snoeiwerk geholpen de bomen mooi te houden.

Grove den zonder zandgrond

En de grove den? Ruud wilde in 1971 de toen lege tuin beplanten met bijzondere bomen en toenmalig buurman Jaap v. Schaik kon wel aan een jonge grove den komen. De grove den is een inheemse naaldboom, die vooral op armere zandgronden te vinden is. Ruud plantte hem aan het eind van de tuin. Wat later begroef hij, na de geboorte van zijn oudste dochter, de placenta bij de boom, een oud gebruik. De jonge den aardde goed in de Betuwse klei en is in ruim 50 jaar uitgegroeid tot een markante boom.