3 De Treurbeuk bij de kerk (en het graf van J. Ledeboer)

Bomen van Randwijk, deel 3
Een gesnoeide versie van dit bomenverhaal is gepubliceerd in de papieren Randwijker van december ’25-februari ’26

 

 

De oudste bomen in Randwijk zijn de treurbeuk bij de kerk en de varenbeuk achter het huis op Kerkstraat 3. Ze zijn vermoedelijk geplant in 1880 – 1890 en opgenomen in de monumentale bomenlijst van de gemeente Overbetuwe. Beiden zijn selecties van de gewone beuk, ontstaan in de 19e eeuw. Deze selecties werden daarna door stekken vermeerderd. Herman Mauritz van Mabo Boomkwekerijen: ‘Deze cultivars waren erg duur, dus werden de bomen met een duidelijke reden geplant’. Zo komen treurbeuken vaak voor op begraafplaatsen en in parken.

De treurbeuk bij de kerk

De oude treurbeuk bij de kerk is in goede conditie, zo is te lezen op de website
https://www.monumentalebomen.nl/. De boom wordt om de paar jaar geïnspecteerd door de Bomenstichting omdat hij gezien wordt als een nationaal belangrijke boom en is opgenomen in het landelijk register van monumentale bomen. De inspecteur schreef in 2016: ‘indrukwekkend exemplaar, met kroondoorsnede van 26 m!’. De boom was toen 15 m. hoog, de stam had een omtrek van 418 cm. En we zijn inmiddels alweer tien jaar verder!

Geschonden dorp, geschonden boom

De beuk is zeker indrukwekkend. Een bijzondere combinatie van treurigheid, bescherming en sierlijkheid. Hij staat, zijn takken gespreid over de grafsteen van J. Ledeboer uit 1880, schijnbaar onaangedaan door de heftige gebeurtenissen die Randwijk in de 20ste eeuw heeft ondergaan.
De kerk brandde begin 20ste eeuw uit en in oktober 1944 werd de toren opgeblazen, waarschijnlijk door een Engelse jachtbommenwerper, waardoor een groot deel van de kerk werd verwoest. Foto’s uit die tijd, beheerd door Historische Kring Midden-Betuwe en uit het archief van de Hervormde gemeente van Randwijk laten zien dat ook de treurbeuk gehavend was, en dat de top eruit lijkt te zijn.

Beluchtingspijp in de stam gegroeid

Jan Jansen uit de Achterstraat is jarenlang betrokken bij het kerkbeheer en is tien jaar penningmeester van het College van kerkrentmeesters geweest. Hij vertelt dat rond 1960, toen de kerk overging naar verwarming door olie i.p.v. kolen, redelijk dichtbij de boom de olietank werd ingegraven. De boom groeide door en de beluchtingspijp voor de tank is inmiddels in de stam gegroeid. Daar, aan de stamvoet, groeien sinds een paar jaar inktzwammen.
Het kerkbeheer onderhoudt de boom: vorig jaar zijn er dode takken uit gehaald en af en toe moet gesnoeid worden. De Bomenstichting zorgt ervoor dat er regelmatig inspecteurs komen kijken naar de conditie van de monumentale boom. Die is ook in 2021 als goed beoordeeld. Mocht er groot onderhoud nodig zijn, kan er subsidie aangevraagd worden bij het Bomenfonds omdat hij in het landelijk register is opgenomen.

Brokken grafsteen en schedels

Jan Jansen vertelt: ‘In 1890 werd het kerkhof aan de Bredeweg in gebruik genomen, maar tot WOII waren er nog veel graven van voor 1890 rond de kerk. Niet alleen de kerk, maar ook het kerkhof raakte enorm beschadigd in 1944. De meeste grafstenen waren kapot en de graven waren verwoest. Brokken grafsteen zijn bij het herstel gebruikt voor de verharding van het terrein om de kerk. De menselijke resten werden waarschijnlijk in één of meer kratergaten begraven. Jaren later kwamen ze af en toe, bij het maaien bijvoorbeeld, nog bloot. In de 80-er jaren was de PTT (nu KPN) bijvoorbeeld aan het graven bij de ingang aan de Dijkstraat voor de aanleg van een telefoonlijn. Tot hun verbazing kwamen ze daar schedels tegen.

Grafsteen van J. Ledeboer

De grafsteen van J. Ledeboer, geboren op 9 juli 1827 in Rotterdam en overleden in Randwijk op 23 oktober 1880, was echter heel gebleven. Deze grafsteen is bij het herstel van de kerk verplaatst en kwam onder de treurbeuk, met een sierhek erom heen. Zijn graf zelf is verdwenen.

Maar wie was J. Ledeboer? In o.a. www.genealogieonline.nl  is op te maken dat Jacob Ledeboer ongehuwd was en uit een welgestelde familie kwam. Zijn opa Bernardus Ledeboer was koopman in wollen, katoenen, linnen en zijden manufacturen. Zijn oom Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer was een dominee die zich in 1841 afscheidde van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Het zwarte schaap

Uit www.openarchieven.nl is op te maken dat Jacob van 1876 – 1878 geen stabiel leven had. Hij was zonder beroep en korte tijd ingeschreven in Boxtel en in Laren (bij Lochem). In die jaren werd hij ook vier keer ingeschreven in het huis van bewaring in Goes, op grond van ‘Verkwisting’ (Zeeuwsarchief.nl). Hij werd elke keer vrij snel ontslagen, en er is sprake van een curator. Het lijkt erop dat hij het zwarte schaap van de familie was. Wanneer en waarom hij naar Randwijk kwam is na veel gezoek onduidelijk gebleven. Maar dat hij een grafsteen kreeg, en dus een 1e klas graf, lijkt erop te duiden dat zijn familie in contact bleef. Zij hebben vermoedelijk betaald voor de grafsteen die na WOII die mooie plek onder een bijzondere treurbeuk heeft gekregen.

foto’s: Jan Prins en archief Hervormde Kerk

Op verzoek van de Randwijker schrijft Noor Bas, biologe, een serie artikelen over ons dorp, gezien vanuit de bijzondere bomen die hier staan. Lees het ongesnoeide verhaal over de treurbeuk en het tragische leven van J. Ledeboer op www.randwijker.nl/bomen

2- De 110 jaar oude Zomereik aan de Erfstraat

De Randwijkse Noor Bas uit de Erfstraat is van oorsprong biologe. Zij schrijft op verzoek van de Randwijker een serie korte artikelen over ons dorp, gezien vanuit de bijzondere bomen die hier staan.
Je vindt steeds een ongesnoeide versie van het verhaal online via www.randwijker.nl/bomen

In de tuin van Mieke van Dijk, Erfstraat 27, staat een oude zomereik. De eik staat in de gemeentelijke lijst van bijzondere bomen. Vanaf de dijk kan je hem goed over het dak links zien uittorenen. Mieke vertelt het volgende over deze boom.

Begin vorige eeuw woonde de familie Grimm in het huis. Mieke’s schoonmoeder, Gerritje Grimm, had een broer: Bertus. Bertus heeft in 1915, hij was ongeveer tien jaar oud, de zomereik geplant bij het huis. De reden is niet bekend maar het was in die tijd zeker bijzonder. Er waren toen erg weinig ‘sier’ bomen bij huizen te vinden. Grond werd gebruikt voor tabaks- en fruitteelt, schapen en groenten. Vandaar misschien dat de boom wel erg dicht bij het huis is geplant. Mieke en Joop van Dijk (†2022) hebben er veel plezier van gehad, en nu, 110 jaar later, nog steeds. De zomereik is als een parasol, het huis blijft hierdoor heerlijk koel. De viezigheid door vogels neemt Mieke op de koop toe.

De kleine Bertus, die de boom plantte, heeft de zomereik maar een paar jaar kunnen zien groeien. Hij is in 1918 gestorven aan de Spaanse griep.

Joop van Dijk hield van bomen. Hij plantte niet alleen veel bomen in zijn tuin (Mieke: soms te dicht op elkaar), hij nam ook alle kans waar om aanplant van bomen te promoten. En, in navolging van zijn jonggestorven oom, plantte Joop zo’n 50 jaar geleden een eikel van de oude zomereik verderop in zijn tuin. Inmiddels is deze ook uitgegroeid tot een imposante boom.