Al 600 jaar heen en weer met het Lexkesveer

Dit achtergrondverhaal werd geschreven door Sonja van der Arend en Yoeke Nagel, mede dankzij de medewerking van Edwin Hallers, Meike Legêne, Henk Lette, Johan Peters, Jan Schakel, Koos van Wees en Eric Wijnacker.

Op zaterdag 19 september 2026 vieren we de 600e verjaardag van het Lexkesveer. De ‘Veerjaardag’. Een feest voor passagiers vanaf de Randwijkse en de Wageningse kant. Die beide oevers van de Nederrijn worden al eeuwen met elkaar verbonden door een uniek stukje varende weg, de pont.
In dit artikel lees je over de geschiedenis van het Lexkesveer, de grillige rivier en welwillende buren.

Deze zin uit 1426 is de oudst bekende vermelding van het Lexkesveer. Hij is niet opgeschreven in Wageningen of Randwijk, maar in de ‘Rekenboeken van de stad Nijmegen’. Naar aanleiding van deze zin gaan we zes eeuwen terug in de tijd, en soms wat verder. Wat staat er eigenlijk? Hoe was in 1426 het leven op en rond de rivier onderaan de Wageningse berg? Waarom voer het veer precies hier? En wat betekende het Lexkesveer voor Wageningen, Randwijk en hun onderlinge relatie? We kunnen alleen voorzichtige antwoorden geven op deze en andere vragen. Veel is niet bekend of onzeker. We willen de komende jaren meer onderzoek (laten) doen om deze geschiedenis aan te vullen.
Wie meer weet, mag het zeggen!

Op de pof met de pont

Rhijnse gulden. Met het wapen van de Hertog van Gelre.

Bovenstaande afbeelding komt uit een boek uit het begin van de twintigste eeuw, met daarin de overgetypte ‘Rekeningen der stad Nijmegen’ uit de late Middeleeuwen.1 De Rekeningen vermelden per jaar de inkomsten en uitgaven van de stad. In 1426 was er dus een uitgave van 10 Rhijnsche guldens en 42 meuwen aan een aantal overtochten tijdens ‘der reysen Tamersfoert’. Het ‘Lexkeshuys’ was het veerhuis aan de Wageningse kant. Vrij vertaald uit het Middeleeuws wil die zin uit de Rekeningen zeggen, dat de reizigers uit Nijmegen hun overtochten over de Rijn heen en weer naar Amersfoort niet ter plekke hebben betaald. De eigenaar van het veer heeft de bonnetjes (cedelen) van de overtochten bewaard en aan de boekhouders in Nijmegen overhandigd die achteraf het opgetelde bedrag hebben voldaan.

Het veer is van iedereen

In 1426 was het veer tot het Lexkenshuys waarschijnlijk eigendom van de graven van Gelre of de abten van Deutz. Het Lexkenshuys, veerhuis en logement stond aan de Wageningse kant. Ook aan de Randwijkse kant stond een veerhuis, waar traditioneel nog lange tijd ook de veerkapitein woonde met zijn gezin. In de eeuwen die volgden was het veer in particuliere handen. Pas in 1744 namen de steden Wageningen en Nijmegen het Lexkesveer gezamenlijk in bezit. Voor Nijmegen was het Lexkesveer destijds van groot belang, omdat de postkoets uit Utrecht hier de Rijn overstak. Geen pont, geen post. In 1804 kocht Baron F.G. van Lijnden van Hemmen het veer. Zo wist hij zeker dat hij altijd heen en weer kon tussen Landgoed Belmonte op de Wageningse Berg en Huis Hemmen bij Zetten, die hij beide in bezit had. Vanaf 1903 nam een aantal verschillende particulieren het veer over. Vanaf 1913 is het Lexkesveer definitief van de gemeente Wageningen.2

Wie de piep is Lexke?

Historici aan beide zijden van het veer hebben al hard gespeurd naar de oorsprong van de naam Lexkesveer. Misschien komt de term ‘Lexkes’ van Lux (licht). Mogelijk zetten de Romeinen vuurpotten bij de doorwaadbare plaats. Dan zou een Betuwenaar al snel iets zeggen als: ‘Bij de Luxkes het water oversteken’. Lexke kan ook een verbuiging zijn van Lake, als in het buurtschap Lakemond. Dat werd genoemd naar het riviertje de Laak, dat ter hoogte van het Lexkesveer de Rijn in stroomde. Lakemondianen en Luxaanhangers debatteren er graag over.
Of Lexke verwijst naar de natuurlijke bronnen van opwellend water, die ook wel ‘lek’ werden genoemd. Lexkens, plek waar veel water opwelt, is dan niet gek gekozen.

In het boek ‘Veerkracht’ vertelt schrijfster en voormalig kaartjesknipster Meike Legêne met wat meer fantasie dat Lexke de naam was van een Wageningse jonkvrouw die in een grote toren woonde. Zij werd begeerd door een jonkheer van Randwijkse zijde. Om indruk op haar te maken liet hij een drijvende koets maken en temde zes zeehonden om hem in stijl over te zetten en haar een aanzoek te doen. Omdat de geliefden beiden hun eigen rivierzijde het mooiste vonden, richtten zij met hun gezamenlijk fortuin een veerdienst op, die in de volksmond al snel ‘Lexkesveer’ ging heten.

 

Doorwaadbare plaats

Vermoedelijk bestaat het Lexkesveer al een stuk langer dan 600 jaar. Dat weten we niet zeker omdat er geen geschreven bewijzen van zijn. Wat veel mensen wel weten, is dat op ongeveer dezelfde plek in de rivier, onderaan de Wageningse berg, al in de tijd van de Romeinen een doorwaadbare plaats was. Zandafzetting door beken uit Renkum en Doorwerth zorgde voor een ondiepte in de Rijn, die je daardoor te voet kon oversteken.3 In de late Middeleeuwen kon dat allang niet meer. Dat hebben we te danken aan een Romeinse veldheer genaamd Drusus. Hij liet net voor onze jaartelling een dam bouwen op de splitsing van de Rijn en de Waal, bij Herwen. De dam stuwde meer water door de Rijn, en de waterstand in de hele rivier ging omhoog. Zo kon Drusus met zijn schepen vol soldaten naar het noorden varen. En zo ontstond er ook voldoende diepgang voor een veerpont. Maar lekker in je opgerolde maillot naar de overkant waden, dat was er sindsdien niet meer bij.4

Tekst gaat verder onder de illustratie

Kaart uit 1670 van I. van Geelkerken: de Rijn en uiterwaarden met diverse oude riviergeulen, het veer bij Lexkens, vestingstad Wageningen, kerkdorp ‘Rantwijck’.5

Van vriend naar vijand

Wageningen, vestingstad met stadsrechten vanaf 1263 en de opdracht de Rijn veilig te houden vanaf de berg.

Ondertussen bleef de Rijn zijn eigen gang gaan, vrij stromend over het vlakke land. Vooral in de winter waaierde hij breed uit buiten de hoofdgeul. Voor de omwonenden was dat geen probleem, want zij woonden op oude oeverwallen en andere verhoogde stukken land. Een plateau van een meter hoog was al genoeg om meestal droge voeten te houden. Water dat buiten de hoofdgeul stroomde, kwam meteen bijna stil te staan. Het zinkende slib maakte de komgronden vruchtbaar. Toch vond de Hertog van Gelre het nodig om dijken aan te gaan leggen. Vanaf de dertiende eeuw veranderde het karakter van de Rijn daardoor volledig; van een soms lastige vriend naar een gevaarlijke vijand. ’s Zomers kon de rivier nog redelijk vrij bewegen. Maar in de winter stond het water vaak hoog op de waarden, dreigend tot bovenaan de dijk. Vooral kruiend ijs was gevaarlijk. In plaats van met regelmatige overstromingen, kregen de bewoners te maken met onvoorspelbare dijkdoorbraken, met grote schade en verdrinking tot gevolg.6

Onmisbare schakel

Bron: Dordtsekaart

Toen de Rijn nog vrij rond mocht slingeren en af en toe zijn loop helemaal verlegde, liet hij overal oeverwallen en stroomruggen achter. De langwerpige richels in het landschap, hooguit een paar meter boven het omliggende land, kun je nog steeds zien. Ze zijn vaak al meer dan 10.000 jaar oud. Ten noorden van de Rijn zien we veel spectaculairdere verhogingen, zoals de Veluwe en de Wageningse berg. Deze stuwwallen zijn al in de laatste ijstijd ontstaan, ongeveer 150.000 jaar geleden. Samen met de doorwaadbare plaats in de Rijn vormen oeverwallen, stroomruggen en stuwwallen een strook van relatief droge plaatsen, waar van oudsher bewoning en verkeer mogelijk was. Een belangrijke en misschien wel unieke noord-zuidverbinding van Nijmegen tot aan het huidige IJsselmeer, met in het glorieuze midden het Lexkesveer als onmisbare schakel.7

Gevangen tussen de zomerdijken

In onze tijd vaart het Lexkesveer heen en weer tussen de zomerdijken, die veel dichter bij elkaar liggen dan de winterdijken van de Hertog van Gelre. Die zomerdijken zijn pas aan het begin van de twintigste eeuw aangelegd.8 Daarvoor, eind negentiende eeuw, werd de bedding van de rivier vastgelegd met kribben.9 Sindsdien is de Rijn het hele jaar rond gevangen en meert de pont altijd af en aan op dezelfde twee plekken, de veerstoepen van Wageningen en Randwijk, beiden grondgebied van Wageningen voor het gemak. Dat moet in 1426 heel anders zijn geweest. Vermoedelijk moest je steeds op een andere plaats op- en afstappen, afhankelijk van de tijd van het jaar, de stand van het water en de eigen wil van de rivier.

Een beetje meer ruimte voor de rivier

De laatste grote ontsnappingspoging van de Rijn was in 1995. Aan twee kanten spiekte de rivier over de dijken, in Ochten begon de dijk zelfs te schuiven. Het Lexkesveer werd stilgelegd. De veerstoepen waren niet meer bereikbaar en de sterke stroming, met bonkende troep in het kolkende water, maakten de overtocht onmogelijk. Honderdduizenden inwoners van de Betuwe moesten evacueren. Op 31 januari kwam ook voor Randwijk het bevel om huis en haard te verlaten. De Randwijkers hadden daar geen trek in. Ze protesteerden hevig en de autoriteiten beloofden dat ze er nog een nachtje over zouden slapen. In dat nachtje draaide de wind, zakte het water weer en bleek dat dwarsliggen weer geloond had: Randwijk werd niet geëvacueerd. Na deze bijna-ramp werd het grootschalige project ‘Ruimte voor de rivier’ opgezet. Bij Wageningen en Randwijk werden de uiterwaarden uitgediept en verdwenen dammen en zomerkades. De rivier kreeg er in 2009 nevengeulen, poelen, moerassen en bruggen voor terug.10 Vanaf toen kan het water terecht in een ruim gebied waar mensen er geen last van hadden. Ondertussen bleef het Lexkesveer onverstoorbaar van veerstoep naar veerstoep pendelen.

Elke dag heen en weer?

Extreem hoog water of heftige storm hield het pontje dus wel eens aan de kant. Soms kwam er een andere kink in de veerkabel. In 1952 werd er een nieuwe motorpont in gebruik genomen, die vijf jaar later als een baksteen naar de bodem zakte. Het veer was zo zwaar beladen met vrachtwagens met stenen dat het vast kwam te zitten aan de veerstoep. De veerman opende de laadbomen en gaf de vrachtrijders opdracht op de laadklep aan de voorkant te gaan staan, zodat de boot kon loskomen. Met als resultaat dat de pont rechtstandig voorover kukelde.11 Bij de berging die volgde liet een matroos van een passerend schip zich afleiden door de werkzaamheden. Hij bleef maar kijken, viel in het water en verdronk. In 1895 was er een aanvaring met een stoomboot, in 1937 voer een schip de kabel stuk, waarna het veer tweehonderd meter afdreef voordat het anker die tocht stopte. Een voorbijkomend schip nam het pontje op sleeptouw naar de veerstoep. Ach, zo waren er nog wel eens wat incidenten. Maar over een periode van 600 jaar is die lijst eigenlijk piepklein.

Vechten met Utrecht

Arnould van Egmont, Hertog van Gelre rond 1426

Terug naar de zin uit 1426: de ‘reysen Tamersfoert’ vanuit Nijmegen die via ‘den veer ten Lexkenshuys’ gingen. Dat waren geen gezellige toeristische uitstapjes, maar gewichtige militaire en diplomatieke expedities. Het Hertogdom Gelre, waar Wageningen en Randwijk deel van uitmaakten, voerde tussen 1421-1429 een hevige strijd met het Sticht Utrecht, onder andere om het bezit van de Veluwe. Zowel in Gelre als in Utrecht waren heersers druk met interne successieoorlogen, die verweven raakten door onderling gekonkel. Wellicht was de reis naar Amersfoort bedoeld om de bestuurders daar te beïnvloeden en te betrekken in de strijd. Wageningen lag jammerlijk genoeg op de grens van Utrecht en Gelre en was een strategische buffer voor Arnhem. De stad werd regelmatig geplunderd en in brand gezet. Op 11 november 1421 viel de Utrechtse bisschop Frederik met zijn legermacht de stad binnen, brandde deze volledig af en nam honderd mensen gevangen.12 In 1426 zullen de Wageningers daar nog steeds zwaar onder hebben geleden.

Tussen Betuwe en Veluwe

Bovenaan de Rijn in 1557, uit het Rijksarchief. Rechts van het inhammetje in het midden Wageningen, aan de overkant daarvan Rantwijk

De Romeinen zagen de Rijn misschien als grens, de Limes, maar de buurplaatsen zelf tilden niet zo zwaar aan de onderlinge verschillen. Die waren er toch echt wel. Randwijk had en heeft een open landschap, is van oudsher agrarisch gebied. In de Middeleeuwen viel de Betuwe onder een feodaal bestuur van kerk en adel. De boeren waren horigen of pachters. Wageningen, op de Veluwe, had, met haar natuurlijke berg, een strategische positie in het gebied Gelre, waar beide plaatsen toe behoren. Wageningen kreeg al stadsrechten op 12 juni 1263 van hertog Otto van Gelre, met de uitdrukkelijke opdracht om als vestingstad de doorvaart op de Rijn te beheersen. Terwijl van de Randwijkse kant pure producten kwamen: fruit, groente en slachtvee, richtte de stad Wageningen zich meer op ambacht en handel. Het Wageningse kasteel werd gebouwd met Betuwse stenen, mogelijk van de ruïnes van de Nijburg in Randwijk. Profijtelijke handel voor beide zijden.
Dat er veel contact was blijkt ook uit het feit dat het Wageningse dialect ook nu nog meer lijkt op het Betuws (Frankisch) dan op het Veluws (Saksisch).13 Voor Randwijkers was de overtocht naar Wageningen misschien wel makkelijker dan de reis naar Nijmegen. Voor Wageningers was Randwijk misschien wel de enige goede buur. Utrecht was de vijand, Arnhem was hebberig, de Veluwe woest en ledig.

600 jaar naar de andere kant

Pad over de Rijn thv Lexkesveer, 1940, gefotografeerd vanaf de Randwijkse veerstoep.

De afgelopen zes eeuwen voeren Randwijkers en Wageningers over de Rijn met het Lexkesveer. Lopend, te paard, op de hooiwagen, met de fiets, de trekker of de auto. Zelfs met lijn 36, de bus van de Velox, kon je tot 1966 de overtocht maken. De bushokjes staan er nog. In de koude winter van 1940 veegde de veerman een pad over de bevroren rivier en hief tol op de overtocht over het ijs. Lang voer de pont 24 uur per etmaal. Handig voor wie in Wageningen ging stappen, of juist in Zetten. In 1977 werd de Heterense brug in gebruik genomen en kreeg het Lexkesveer nachtrust. De uitwisseling bleef. Een enkele jonge Betuwse boerenzoon of -dochter ging studeren aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. In de jaren ‘80 was er groot woningtekort, en kwam Wageningen in de Betuwe wonen, zeker na het schrappen van de infame bouwplannen in de uiterwaarden. Een enkel leegstaand pand werd gekraakt, Wageningse studenten en Randwijkse jongeren vonden elkaar in de voetbalteams van EMM, Eendracht Maakt Macht. Omgekeerd bracht het Lexkesveer supporters uit de Betuwe naar het stadion van FC Wageningen. Fiets op slot bovenaan de veerstoep van Randwijk, overvaren tegen voetgangerstarief en lopend de berg op voor een wedstrijd.

Wageningen en Randwijk nu

Daarmee leggen we aan bij de huidige situatie. In 2025 maakten ruim 176.000 auto’s met samen 250.000 inzittenden gebruik van het veer. Daarnaast vervoerde de pont 243.000 (brom)fietsers, 8.000 motorrijders, 5.000 voetgangers en 600 vrachtwagens en trekkers. Ook ambulances pakken de pont als ze snel een patiënt moeten ophalen in de Betuwe voor het ziekenhuis in Arnhem.
De meeste Randwijkers nemen vaker de pont dan de meeste Wageningers. De zuidelijke veerstoep staat ’s morgens het volst, de noordelijke tijdens de avondspits. Randwijkers varen over voor werk, boodschappen, kerk en school. Wageningers gaan meer voor de lol. Tot in de jaren ‘90 voor een ijsje bij Ad Patat, tegenwoordig voor een ‘pontje kaas’ uit de automaat op de Randwijkse veerstoep. Of om pontje-pontje te fietsen via Randwijk en de Blaauwe Kamer.

De andere kant van het verhaal

Het Lexkesveer tijdens de boekpresentatie van Veerkracht, 2023

Zo is het tussen Wageningen en Randwijk altijd geweest: de verschillen tussen de overburen zijn groot, maar de relatie is niet slecht. Je zou het vriendelijke desinteresse kunnen noemen. Je hebt aan de ene kant hullie met hun wetenschap en culturele dinges. En aan de andere kant hullie met hun kersenbloesem en zwarte-kousen-kerken. Wederzijds een kort maar goedmoedig schouderophalen over elkaars merkwaardigheden. Goed beschouwd is een pontje de ideale verbinding voor zulke buren: het brengt je naar de overkant zonder dat je aan elkaar vastzit.

‘De oever waar wij niet zijn noemen wij de overkant,’ zingt Drs. P. in zijn beroemde lied over de veerpont. ‘Dat wordt dan deze kant, zodra we daar zijn aangeland.’ Precies dat maakt de pont zo bijzonder. De andere kant kunnen zien en er voet aan wal zetten. Elkaar ontmoeten tijdens de overtocht en misschien even een praatje maken. Elkaar spreken aan de overkant. Tijd hebben die je anders niet zou hebben. Dat alles, en haar rijke historie, maakt de pont misschien wel tot het gezelligste logistieke object van Nederland.

Grondige opknapbeurt

Op de foto de vervanging van het vorige pontje

Het huidige pontje werd in 1992 in gebruik genomen en gaat sindsdien vrijwel ononderbroken heen en weer. De enkele keren dat het pontje het begeeft door technische mankementen, is dat voor veel mensen meteen een drama. Daarom is het vanzelfsprekend dat het Lexkesveer eind 2026 eens even een grote opknapbeurt krijgt. Een vervangend pontje neemt dan even de dienst waar. Veel onderdelen worden vernieuwd en de aandrijving wordt milieuvriendelijker, met een nieuwe elektromotor. Daarmee moet het pontje er weer 20 jaar tegenaan kunnen. En dat is een mooie start voor de komende 600 jaar heen en weer, met het Lexkesveer.

Voetnoten

1       Rekeningen der stad Nijmegen, 1382-1543. H.D.J. van Schevichaven, J. Kleyntjens, L. Sormani. Jaar van uitgave 1910-1919. Uitgeverij L.C.G. Malmberg, Nijmegen.

2       Meike Legêne 2023 Hoe het Lexkesveer aan haar naam komt, in: Veerkracht, verhalen over het Lexkesveer. 2017: Lexkesveer. https://www.uitdeoudekoektrommel.com/geschiedenis/lexkesveer/

3       https://www.oudwageningen.nl/wageningen/wageningen-aan-de-limes

4       Wouter Hinrichs, 2021: https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/de-dam-van-drusus-een-belangrijk-knooppunt-voor-romeins-nederland

5       Kurstjens, G. & B. Peters, 2011. Rijn in Beeld, Natuurontwikkeling langs de grote rivieren; Deel 2 De Nederrijn. Kurstjens Ecol. Adviesbureau / Bureau Drift, Berg en Dal / Beek‐Ubbergen

6       Mathilde Maijer, Het verhaal van de Rijn: https://landschaplopen.com/zandbanken-in-de-rijn/

7       https://www.oudwageningen.nl/wageningen/wageningen-aan-de-limes/ Zie ook: Leo Klep 2007 Wageningen aan de Limes, een terra incognita.

8       Mathilde Maijer, Het verhaal van de Rijn: https://landschaplopen.com/zandbanken-in-de-rijn/

9       Kurstjens, G. & B. Peters, 2011. Rijn in Beeld, Natuurontwikkeling langs de grote rivieren; Deel 2 De Nederrijn. Kurstjens Ecol. Adviesbureau / Bureau Drift, Berg en Dal / Beek‐Ubbergen

10     https://www.gelderlander.nl/de-vallei/de-rijn-krijgt-bij-wageningen-meer-ruimte~a2179057/

11     https://www.uitdeoudekoektrommel.com/geschiedenis/lexkesveer/

12     Rudolf Bosch. Een kleine stad in de marge. Wageningen in de late middeleeuwen (1263-1550). In: Kees Gast, Bob Kernkamp, Leo Klep, 2013, Geschiedenis van Wageningen. Uitgeverij Blauwdruk

13     Historische Vereniging Oud Wageningen. 2003. Ajuuwoh. Het woordenboek van het Wagenings dialect.

En hoe zat het met die Veerjaardag?

Initiatiefnemers van de Veerjaardag op zaterdag 19 september zijn Stichting Schrijfplezier Wageningen en Stichting de Randwijker in Randwijk. Historische Vereniging Oud Wageningen, Buro Blûn, DroneWageningen, gemeente Overbetuwe en Wageningen Doet droegen bij aan dat feestje.

Hieronder kun je je hartelijkste Veerjaarswensen aan het Lexkesveer opschrijven,
dan geven we die door aan de mensen die ons Pontje in de vaart houden.


 

De prachtige dronefoto van het Lexkesveer op de Nederrijn – je ziet ‘m op de Veerjaarskaart – werd gemaakt door Ties Blaauw van Dronewageningen. Geweldige luchtfoto’s van Wageningse bodem.